ECLI:NL:RBGRO:2001:AB1708
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid bij weigering drank- en horecavergunningen
Eiser stelde beroep in tegen de afwijzing van twee aanvragen voor drank- en horecavergunningen door burgemeester en wethouders van Winschoten, vertegenwoordigd door gedeputeerde staten van Groningen. Eiser kon vanwege detentie niet persoonlijk bij de zitting aanwezig zijn; zijn gemachtigde trad op. De rechtbank oordeelde dat er geen absoluut recht op verschijning ter zitting bestaat en dat het belang van een voortvarende behandeling zwaarder weegt dan het belang van eiser om zelf te verschijnen.
De rechtbank constateerde dat het beroep was ingesteld door een gemachtigde namens eiser, die rechtskundig was en het beroep inhoudelijk had onderbouwd. De rechtbank stelde vast dat eiser geen administratief beroep had ingesteld tegen de besluiten van burgemeester en wethouders, terwijl hij daarvan wel op de hoogte was en geen belemmeringen had om dat te doen.
Hierdoor was het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:13 Awb Pro. De rechtbank wees het beroep af zonder inhoudelijke behandeling van de vergunningaanvragen. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een tijdig ingesteld administratief beroep tegen de besluiten van burgemeester en wethouders.