ECLI:NL:RBGRO:2001:AB2260
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand wegens onvoldoende onderzoek verhuiskosten na echtscheiding
Eiseres ontving bijstand vanwege echtscheiding en verhuisde naar een nieuwe woning. Verweerders herzien haar bijstandsrecht en vorderen een bedrag van fl. 36.507,30 terug, gebaseerd op de verkoop van de voormalige woning en de daaruit verkregen middelen.
De rechtbank oordeelt dat bij de vermogensberekening rekening moet worden gehouden met noodzakelijke verhuiskosten en de inrichting van de nieuwe woning, die bij echtscheiding onvermijdelijk zijn. Deze kosten zijn niet onderzocht door verweerders, waardoor het vermogen onjuist is vastgesteld.
Verweerders hebben ten onrechte geen rekening gehouden met schulden en verhuiskosten, en de motivering van het besluit schiet tekort. De rechtbank vernietigt het besluit, wijst de proceskosten toe aan verweerders en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
De uitspraak benadrukt dat verhuiskosten in bijzondere omstandigheden als noodzakelijke kosten van het bestaan buiten het vermogen moeten worden gelaten en dat eiseres het recht heeft het geld uit de verkoop van roerende zaken aan een nieuwe inboedel te besteden zonder aparte vrijlating.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar noodzakelijke verhuiskosten en inrichting na echtscheiding.