ECLI:NL:RBGRO:2001:AB3331
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering van ten onrechte betaalde bijstand wegens niet opgegeven inkomsten
Eiseres en X ontvingen bijstand op grond van de Algemene Bijstandswet (ABW) en de nieuwe Algemene bijstandswet (Abw) over de periodes 1995 tot en met 1997. Verweerders vorderden bij besluit van 17 december 1999 een bedrag van f 6.856,16 terug wegens niet opgegeven inkomsten uit werkzaamheden die eiseres en X hadden genoten.
Eiseres voerde aan niet op de hoogte te zijn geweest van de bijstandsverlening en stelde dat X zonder haar medeweten handtekeningen had vervalst. De rechtbank oordeelde dat eiseres en X een gezamenlijke huishouding vormden en dat eiseres hoofdelijk aansprakelijk is voor de terugbetaling, ongeacht de vermeende vervalsing of onwetendheid.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en X niet voldeden aan hun inlichtingenverplichting en dat de terugvordering terecht was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheid van partners bij gezinsbijstand en de wettelijke verplichting tot terugvordering van ten onrechte ontvangen bijstand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en zij is hoofdelijk aansprakelijk voor terugbetaling.