ECLI:NL:RBGRO:2001:AE3720
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen uitspraak inzake bezwaarschrift tegen beëindiging en herziening bijstandsuitkering
De zaak betreft een verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen waarin het beroep van de belanghebbende gegrond werd verklaard wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift tegen twee besluiten van 8 februari 2000. Deze besluiten betroffen de beëindiging van de bijstandsuitkering per 1 februari 2000 vanwege het voeren van een gezamenlijke huishouding en de herziening van de uitkering over januari 2000 met terugvordering van een bedrag.
Opposanten voerden aan dat het bezwaarschrift slechts gericht was tegen het beëindigingsbesluit, mede omdat het bezwaarschrift naar het postbusnummer voor beëindigingsbesluiten was gestuurd. De rechtbank oordeelde echter dat het bezwaarschrift gelet op latere correspondentie en omstandigheden tegen beide besluiten was gericht. Opposanten hadden dit moeten onderzoeken en verduidelijken.
De rechtbank stelde vast dat de interne organisatie van opposanten, waarbij verschillende postadressen werden gebruikt voor verschillende besluiten, niet ten nadele van de belanghebbende mocht werken. De rechtbank bevestigde dat het onderzoek terecht was gesloten op grond van kennelijke gegrondheid van het beroep en dat het verzet ongegrond is. De eerdere uitspraak blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.