ECLI:NL:RBGRO:2002:AE5823
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Causaal verband en schadevergoeding bij whiplashtrauma na verkeersongeval
Op 27 augustus 1996 werd eiser, terwijl hij stilstond voor een rood stoplicht, van achteren aangereden door een andere bestuurder, verzekerd bij Mercurius. Eiser ontwikkelde klachten passend bij een post-whiplashsyndroom en vorderde schadevergoeding van de verzekeraar. Diverse medische rapporten bevestigden de aanwezigheid van whiplashklachten en de ernstige impact op zijn functioneren en arbeidsvermogen.
Mercurius betwistte het causaal verband en de omvang van de schade, wijzend op de geringe botsingssnelheid en mogelijke alternatieve oorzaken zoals relationele problemen en burn-out. Ook werd de medische eindtoestand betwist en de hoogte van de schadeposten, waaronder verlies arbeidsvermogen, kosten vervangende arbeid, huur en smartengeld.
De rechtbank oordeelde dat het causaal verband nog onvoldoende vaststaat en dat nadere informatie noodzakelijk is, onder meer over de toedracht van het ongeval en de schade aan de voertuigen. De provisionele vordering werd afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang. Partijen werden gelast te verschijnen voor een comparitie om nadere feiten te bespreken en bewijs te leveren.
De rechtbank erkende dat eiser whiplashklachten heeft ontwikkeld en dat deze klachten voor het ongeval niet aanwezig waren. De discussie concentreerde zich op de vraag of het ongeval het risico van deze klachten in het leven heeft geroepen en of de schade volledig toerekenbaar is aan het ongeval. De rechtbank stelde dat eiser aannemelijk moet maken dat het ongeval de verwezenlijking van het risico is geweest, waarna de omkeringsregel kan worden toegepast.
De procedure werd aangehouden voor nadere bewijslevering en feitelijke vaststelling, waarbij partijen producties moesten indienen. De beslissing over de hoofdzaak werd aangehouden, en een comparitie werd gepland voor 26 juni 2002.
Uitkomst: De provisionele vordering tot voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen en een comparitie wordt gelast voor nadere feitenvaststelling.