ECLI:NL:RBGRO:2004:AO8281
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overschrijving grafrecht op naam derde na overlijden rechthebbende
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Groningen om het grafrecht van haar overleden moeder over te schrijven op naam van een derde, mevrouw L.A. [derde]. De moeder was rechthebbende van het graf op de gemeentelijke begraafplaats Hoogkerk. Volgens de geldende verordening kan het grafrecht binnen een jaar na overlijden worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, levenspartner of bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, tenzij gewichtige redenen anders rechtvaardigen.
Verweerder heeft het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard, omdat aan de voorwaarden voor overschrijving op naam van de derde was voldaan. Eiseres stelde dat sprake was van een bijzondere situatie omdat de derde de laatste wil van de overledene niet respecteerde, terwijl zij dat wel deed. De rechtbank oordeelde echter dat dergelijke persoonlijke omstandigheden niet relevant zijn voor de toepassing van de verordening.
De rechtbank concludeerde dat verweerder het besluit op goede gronden heeft genomen en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door rechter M.P. den Hollander op 24 februari 2004. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de overschrijving van het grafrecht op naam van een derde wordt ongegrond verklaard.