ECLI:NL:RBGRO:2004:AO9350
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Inkomsten uit persoonsgebonden budget aangemerkt als inkomsten uit arbeid voor toeslagen
Eiser ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) die door het UWV was herzien vanwege inkomsten van zijn echtgenote uit een persoonsgebonden budget (pgb). Het pgb was toegekend voor de verzorging van twee gehandicapte kinderen binnen het gezin. Eiser stelde dat deze inkomsten geen inkomsten uit arbeid waren, omdat het een subsidie betrof voor zorg.
De rechtbank overwoog dat het pgb bedoeld is voor kosten van ingekochte zorg of secundaire arbeidsvoorwaarden. Wanneer de zorg door derden wordt verleend, beïnvloedt het pgb het gezinsinkomen niet. Echter, omdat de echtgenote zelf de zorg verrichtte en het pgb aan haar werd uitbetaald, moet deze vergoeding worden aangemerkt als inkomen uit arbeid in de zin van artikel 6 lid 1 onder Pro a van de TW.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en wees op de loonbelastinginhouding op de inkomsten van de echtgenote. Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank het beroep van eiser ongegrond en bevestigde de herziening van de toeslag.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de pgb-inkomsten als arbeidsinkomen meetellen voor de toeslag.