ECLI:NL:RBGRO:2004:AP1302
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C.P. Venema
- P.W. van Straalen
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verklaring van geen bezwaar voor vestiging bedrijven Marumerlage
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Marum heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van gedeputeerde staten Groningen van 19 juli 2002, waarin de verklaring van geen bezwaar voor de vestiging van drie bedrijven op het bedrijventerrein Marumerlage werd geweigerd. Deze bedrijven zijn momenteel binnen de gemeente gevestigd. De rechtbank heeft het beroep behandeld en vastgesteld dat de weigering van de verklaring van geen bezwaar niet tijdig is genomen binnen de wettelijke termijnen.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 10:31, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de verklaring van geen bezwaar geacht moet worden van rechtswege te zijn verleend, omdat gedeputeerde staten niet binnen de gestelde termijn van dertien weken een besluit hebben genomen en ook geen besluit tot verdaging hebben genomen. Hierdoor is het bestreden besluit van 19 juli 2002 niet als een besluit in de zin van de Awb aan te merken.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk. Vervolgens voorziet de rechtbank zelf in de zaak door te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens wordt het betaalde griffierecht door de provincie Groningen aan eiser vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen bij aanvragen voor verklaringen van geen bezwaar.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de verklaring van geen bezwaar wordt geacht te zijn verleend.