ECLI:NL:RBGRO:2005:AT2851
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Duursma
- K.R. Bosker
- R. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vaderschap ter verkrijging Nederlandse nationaliteit minderjarige
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een minderjarig kind geboren uit de relatie van een Nederlandse man en een buitenlandse vrouw. De man had het kind erkend, maar door wetswijziging verkrijgt het kind hierdoor niet automatisch de Nederlandse nationaliteit. De vrouw verzocht de vaststelling om het belang van het kind te dienen, onder verwijzing naar internationale verdragen.
De rechtbank oordeelde dat het beletsel uit artikel 1:207 lid 2 sub a BW Pro, dat vaststelling van vaderschap niet mogelijk is als het kind al twee ouders heeft, niet aan de procedure in de weg staat omdat de vaststelling wordt verzocht van dezelfde man die het kind erkend heeft. Dit leidt niet tot meer dan twee ouders.
Gelet op het belang van het kind, waaronder het voorkomen van een illegale vreemdelingenstatus en het verkrijgen van zekerheid over afstamming, achtte de rechtbank de gerechtelijke vaststelling wenselijk. De rechtbank beval DNA-onderzoek aan om met zekerheid vast te stellen of de man de biologische vader is en stelde de kosten daarvan voorlopig ten laste van de Rijksoverheid.
De beslissing werd aangehouden tot het resultaat van het DNA-onderzoek bekend is. De rechtbank verwierp het verweer dat de nationale regeling in strijd is met internationale verdragen en benadrukte het belang van het kind en de waarborgen tegen misbruik bij gerechtelijke vaststelling.
Uitkomst: Het vaderschap wordt gerechtelijk vastgesteld onder voorbehoud van DNA-onderzoek, met kosten voorlopig ten laste van de Rijksoverheid.