ECLI:NL:RBGRO:2005:AT8973
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J.A.M. Dijkers
- B.J.H. Hofstee
- M. Griffioen
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over verenigbaarheid artikel 9 OEPS met EG-Verdrag inzake financiering NMC-kosten elektriciteitssector
De zaak betreft de vraag of artikel 9 van Pro de Overgangswet Elektriciteitsproductiesector (OEPS), dat een bijdrage regelt voor niet markt-conforme (NMC) kosten over het jaar 2000, verenigbaar is met het EG-recht, met name de artikelen 25, 87 lid 1 en 90 van het EG-Verdrag.
Essent, Aldel, de Staat en andere partijen voeren uiteenlopende standpunten. Essent betoogt dat de bijdrage geen importheffing of verboden staatssteun is, terwijl Aldel stelt dat het een verboden heffing betreft die uitsluitend ten goede komt aan Nederlandse producenten en daarmee strijdig is met het EG-recht. De Staat en NEA menen dat artikel 9 OEPS Pro niet in strijd is met het EG-recht en dat prejudiciële vragen niet nodig zijn.
De rechtbank constateert dat het geschil voldoende is afgebakend en acht het noodzakelijk prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. De vragen betreffen de verenigbaarheid van artikel 9 OEPS Pro met de genoemde EG-Verdragbepalingen, met name of de regeling een verboden staatssteun of importheffing inhoudt.
De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid zich nader uit te laten over de geformuleerde vragen en houdt verdere beslissing aan totdat het Hof uitspraak heeft gedaan.
Uitkomst: De rechtbank stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie en houdt verdere beslissing aan.