ECLI:NL:RBGRO:2006:AW1751
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens oneigenlijk gebruik procedure
De werknemer is sinds 1990 in dienst bij de werkgever en was feitelijk medeleider van de werkplaats. Na het aantrekken van een nieuwe sales manager en werkplaatschef verslechterde de sfeer, waarna de werknemer op non-actief werd gesteld wegens zijn negatieve houding. De werkgever startte een reorganisatie en diende een ontslagaanvraag in bij het CWI. De werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een hogere vergoeding dan het Sociaal Plan voorziet.
De kantonrechter oordeelt dat de werknemer de ontslagprocedure bij het CWI moet afwachten, omdat het verzoek tot ontbinding wordt gedaan voordat de officiële plannen openbaar waren en zonder aantoonbaar belang bij eerdere beëindiging. Het verzoek wordt gezien als een poging om een hogere vergoeding te verkrijgen en doorkruist de collectieve ontslagprocedure.
De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de werknemer in de proceskosten. De beslissing benadrukt het belang van het volgen van de juiste ontslagprocedure en het voorkomen van misbruik van de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens oneigenlijk gebruik van de procedure.