ECLI:NL:RBGRO:2006:AY6436
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde woning op basis van referentieobjecten volgens Wet WOZ
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning gelegen te [woonplaats], vastgesteld door verweerder op €624.000 en na bezwaar verlaagd tot €600.000 per waardepeildatum 1 januari 2003. Eiser stelde een lagere waarde van €434.000 voor.
De rechtbank toetste de waardebepaling aan de hand van het taxatierapport van een gediplomeerd WOZ-taxateur, waarin de waarde is vastgesteld via vergelijking met referentieobjecten. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van referentieobjecten, ook indien deze in een ander dorp liggen, toegestaan is mits rekening wordt gehouden met verschillen zoals onderhoud, ligging en bouwjaar.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel en het stijgingspercentage werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende feiten aanvoerde die een verlaging van de vastgestelde waarde rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €600.000 wordt ongegrond verklaard.