ECLI:NL:GHLEE:2006:AV1715
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Aardema
- Rechtspraak.nl
Geschil over WOZ-waarde van tussenwoning per 1 januari 1999
Belanghebbende betwist de door de ambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn tussenwoning aan de a-straat 14 te L per 1 januari 1999, vastgesteld op € 85.764. Hij stelt dat de waarde te hoog is en pleit voor een lagere waarde van ƒ 81.000, gebaseerd op een vergelijkbare woning aan de a-weg 20.
Het hof overweegt dat de waarde objectief moet worden vastgesteld als de prijs die op de peildatum bij verkoop onder normale omstandigheden zou zijn behaald. De ambtenaar heeft een taxatierapport overgelegd met vier referentiewoningen die een redelijke afspiegeling van de markt vormen. Het hof acht de verschillen tussen de referentiewoningen en de onroerende zaak niet zodanig dat deze de vastgestelde waarde ondermijnen.
Belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat hij onvoldoende feiten heeft aangevoerd om de juistheid van de waarde van de referentiewoning aan de a-weg 20 te betwijfelen. Hoewel er een mogelijk motiveringsgebrek is in het taxatierapport, leidt dit niet tot vernietiging of verlaging van de waarde. Het hof verklaart het beroep ongegrond en gelast de gemeente het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.