ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ2524
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheidsverweer verworpen en vernietiging WOZ-waarde uitspraak wegens onvoldoende onderbouwing
Verweerder stelde de WOZ-waarde van een tuinbouwbedrijf en woning per 1 januari 2005 vast op €1.196.000 en legde een aanslag onroerendezaakbelasting op. Eiser stelde beroep in tegen de uitspraak op bezwaar, waarbij verweerder primair betoogde dat het beroep niet-ontvankelijk was omdat nieuwe gronden werden aangevoerd die niet in bezwaar waren genoemd.
De rechtbank verwierp dit niet-ontvankelijkheidsverweer en oordeelde dat in fiscale procedures ook nieuwe gronden in beroep kunnen worden aangevoerd. Vervolgens beoordeelde de rechtbank de onderbouwing van de vastgestelde WOZ-waarde. Verweerder had slechts een ongedateerd taxatieverslag en twee transacties overgelegd, zonder voldoende inzicht te geven in de gehanteerde vergelijkingsobjecten en waarderingsmethoden.
Ook was onduidelijk hoe de prijzen per m² en m³ waren bepaald en ontbraken bouwtekeningen en kadastrale gegevens om de oppervlakte van erfverharding te verifiëren. De verklaring van de taxateur was onvoldoende onderbouwd. Hierdoor was de motivering van de uitspraak op bezwaar niet deugdelijk en was de vastgestelde waarde niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat verweerder opnieuw op bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen over de WOZ-waarde.