ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ4497
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.G. de Vries
- M.M.A. Onnes-Wind
- J. Smit
- Rechtspraak.nl
Indexering erfpachtscanon en berekening van de canonverhoging per 1 januari 2000 en 2005
In deze zaak staat de indexering van de erfpachtscanon tussen Helenaveen N.V. en de gedaagde centraal. Helenaveen vordert een hogere canon, gebaseerd op een berekening die volgens de rechtbank niet volledig juist is, terwijl de gedaagde betoogt dat Helenaveen haar recht op verhoging heeft verwerkt. De rechtbank oordeelt dat enkel tijdsverloop onvoldoende is voor rechtsverwerking en dat de gedaagde geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de facturen die op oudere normen waren gebaseerd.
De rechtbank stelt vast dat de berekeningswijze van de canon in de erfpachtakte is gekoppeld aan de basispachtwaarde volgens het Pachtnormenbesluit. De wijziging van het Pachtnormenbesluit in 1995 leidt tot een andere systematiek waarbij de regio bepalend is voor de norm, wat door Helenaveen niet correct is toegepast. De rechtbank berekent de canon per 1 januari 2000 en 2005 op basis van de juiste regionale normen en wijst de vorderingen van Helenaveen deels toe.
De gedaagde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij een deel van de percelen heeft verkocht en dat dit invloed heeft op de canon. Verder wijst de rechtbank het beroep van de gedaagde op verrekening af. De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van verzuim voor het betalen van de canon en wijst de contractuele rente toe. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Helenaveen deels toe en stelt de erfpachtscanon per 1 januari 2000 en 2005 vast op basis van de juiste regionale normen.