ECLI:NL:RBGRO:2007:BB4605
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging verstekvonnis in executiegeschil over kadastrale registratie
Eiseres vorderde schorsing van de tenuitvoerlegging van een verstekvonnis van 28 februari 2007, waarbij zij was veroordeeld tot medewerking aan een correcte kadastrale registratie van percelen. Hoewel zij tijdig verzet had ingesteld, heeft dit verzet geen schorsende werking op grond van artikel 145 Rv Pro, waardoor het vonnis uitvoerbaar bij voorraad bleef.
De rechtbank overwoog dat in executiegeschillen de tenuitvoerlegging slechts kan worden geschorst indien de executant geen redelijk te respecteren belang heeft bij executie, bijvoorbeeld bij een duidelijke juridische of feitelijke misslag of bij een noodtoestand door nieuwe feiten. In dit geval was geen sprake van een dergelijke situatie. De niet-verschijning van eiseres bij de eerdere procedure werd haar toegerekend, mede omdat de dagvaarding haar persoonlijk was uitgereikt.
Verder was gebleken dat het onderhoud van de percelen dringend was en gefinancierd moest worden uit de overwaarde, waarvoor een correcte kadastrale registratie noodzakelijk is. De stelling van eiseres dat haar moeder niet rechtsgeldig was uitgetreden was onvoldoende onderbouwd. De vorderingen tot schorsing werden daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het verstekvonnis wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.