ECLI:NL:RBGRO:2008:BC9310
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- F. Sijens
- J.Y.B. Jansen
- P.L.M.J. Rooijakkers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs oplichting bij overname Fernhout B.V.
Verdachte werd tenlastegelegd dat hij de Raad van Commissarissen van de Nederlandse Cement Deelnemingsmaatschappij (NCD) zou hebben opgelicht door opzettelijk valse informatie te verstrekken over de overname van Fernhout B.V. De rechtbank onderzocht de drie middelen van de tenlastelegging, waaronder de prijsstelling, de noodzaak tot spoedige besluitvorming en de vermeende aankoop direct van de familie Fernhout.
De rechtbank concludeerde dat de prijs van 192,5 miljoen gulden tussen NCD en de verkopende partij was overeengekomen en niet onredelijk was. Ook werd vastgesteld dat de noodzaak tot spoedige besluitvorming niet overtuigend was aangetoond en dat de notitie over directe aankoop van de familie niet aan verdachte kon worden toegerekend. Cruciaal was dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat de Raad van Commissarissen door de verstrekte informatie tot accordering was bewogen.
De rechtbank oordeelde dat de strategische overwegingen van NCD doorslaggevend waren voor de accordering, niet de vermeende misleiding. Hierdoor ontbrak het vereiste causaal verband tussen de vermeende valse informatie en het besluit van de Raad. Verdachte werd daarom vrijgesproken van het tenlastegelegde oplichting.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Groningen op 11 april 2008 na terechtzittingen in november 2007 en maart 2008.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor oplichting.