ECLI:NL:RBGRO:2008:BD3826
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning garage onder vrijstelling bestemmingsplan
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de door het college van burgemeester en wethouders verleende bouwvergunning voor het oprichten van een garage op een perceel, waarbij vrijstelling is verleend van het bestemmingsplan. De vergunninghouder mocht deze vrijstelling verkrijgen ondanks dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan, onder meer door een overschrijding van het maximale bebouwingsoppervlak en de goothoogte.
Verzoeker stelde dat hij bij aankoop van zijn woning ervan uitging dat geen vrijstelling mogelijk was en dat zijn belangen werden geschaad doordat de garage achter zijn huis wordt gebouwd. Ook voerde hij aan dat er afspraken waren gemaakt met de vorige eigenaar over het terugverkopen van grond en het oprichten van een garage, maar deze afspraken waren niet ondertekend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de belangenafweging door het college redelijk was en dat verwachtingen bij aankoop geen reden zijn om vrijstelling te weigeren. Daarnaast was er geen overeenkomst die rechten aan verzoeker gaf. Gezien deze omstandigheden kon het verzoek om een voorlopige voorziening niet worden toegewezen.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaarde het beroep ongegrond. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning voor de garage wordt afgewezen.