ECLI:NL:RBGRO:2008:BG4440
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- P.J.W.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid strafrechtelijke ontruiming gekraakt pand en huisrechtbescherming
In deze zaak stond de vraag centraal of de Staat, uitgaande van een redelijk vermoeden van overtreding van artikel 429sexies en 461 Sr, bevoegd was om een gekraakt pand strafrechtelijk te ontruimen. De kraker stelde dat deze ontruiming een ongerechtvaardigde inbreuk maakte op zijn grondrecht op woningbescherming zoals gewaarborgd in artikel 12 Gw Pro en artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat het pand korter dan een jaar voor de kraak in gebruik was bij de eigenaar en dat de kraker het pand zonder toestemming betrad, wat een redelijk vermoeden van strafbare feiten opleverde. Jurisprudentie biedt verschillende benaderingen, maar de rechtbank volgde de lijn dat het plegen van een strafbaar feit en onrechtmatige daad geen huisrecht vestigt.
De rechtbank concludeerde dat het huisrecht van de kraker, verkregen door wederrechtelijk gebruik, een relatief zwak recht is tegenover het eigendomsrecht van de gemeente. De ontruiming vormt geen ongerechtvaardigde inbreuk op dit recht en is gerechtvaardigd op grond van de wet RO, Pw en Sr. De vordering van de kraker werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van de kraker tot verbod op strafrechtelijke ontruiming wordt afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.