ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ1329
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. T.F. Bruinenberg, stellende dat deze rechter niet onpartijdig zou zijn vanwege eerdere ervaringen en een persoonlijke opstelling jegens hem. Verzoeker baseert dit onder meer op een eerdere WAO-zaak en verwijst naar aanbeveling 8 van de leidraad onpartijdigheid.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 18 juni 2009 behandeld, waarbij mr. Bruinenberg niet aanwezig was. Verzoeker heeft zijn standpunten mondeling toegelicht. De rechtbank heeft beoordeeld dat de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om te concluderen dat er sprake is van uitzonderlijke omstandigheden die wijzen op rechterlijke partijdigheid.
De rechtbank benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er objectief gerechtvaardigde aanwijzingen zijn voor het tegendeel. Het subjectieve gevoel van verzoeker is niet doorslaggevend. Het enkele feit dat mr. Bruinenberg volgens verzoeker steeds de zijde van het bestuursorgaan kiest, is onvoldoende om de vrees voor partijdigheid te rechtvaardigen.
Het wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is op 2 juli 2009 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. T.F. Bruinenberg is afgewezen wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen voor rechterlijke partijdigheid.