ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ7077
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid rechter
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M.W. de Jonge, stellende dat zij partijdig en niet onafhankelijk zou zijn omdat zij stukken van de wederpartij had achtergehouden zonder dit te motiveren. Verzoeker stelde dat hierdoor het recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die zwaarwegende aanwijzingen geven voor partijdigheid. De enkele omstandigheid dat mr. De Jonge een beslissing had genomen waarbij stukken niet aan verzoeker werden verstrekt, was onvoldoende om deze verdenking te staven.
Verder was verzoeker niet vooraf geïnformeerd over de behandelend rechter, maar dit werd door de rechtbank niet als een schending van de goede procesorde of als aanleiding voor partijdigheid gezien. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen en het proces werd voortgezet zoals het was ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. M.W. de Jonge wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete aanwijzingen voor partijdigheid.