ECLI:NL:RBGRO:2009:BJ8334
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt besluit UWV over WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek benadelinghandeling
Eiseres was in dienst bij een Turks restaurant en meldde zich ziek waarna zij per direct werd ontslagen. Zij vroeg een WW-uitkering aan, maar het UWV stelde dat haar werkgever rekening had moeten houden met een opzegtermijn van een maand, waardoor de uitkering pas per 1 november 2008 zou ingaan. Eiseres had de kantonrechter niet verzocht om rekening te houden met die opzegtermijn.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van een benadelinghandeling in de zin van artikel 24, vijfde lid, van de WW. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep volgt dat het niet vragen om rekening te houden met de opzegtermijn niet automatisch een benadelinghandeling oplevert. Van de werknemer wordt verwacht dat hij redelijke stappen onderneemt om zijn rechten te beschermen, maar niet meer dan dat.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omstandigheden rond de ziekmelding en het ontslag en dat het niet aannemelijk was dat eiseres de kantonrechter had kunnen bewegen tot een latere ontbinding. Omdat eiseres zich wel had verweerd tegen het ontslag, was er geen sprake van verwijtbare benadeling. Het beroep werd gegrond verklaard wegens onzorgvuldig onderzoek en gebrek aan motivering, waarna het besluit werd vernietigd en het griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit van het UWV en bepaalt dat de WW-uitkering van eiseres niet pas per 1 november 2008 ingaat vanwege onvoldoende bewijs van benadelinghandeling.