ECLI:NL:RBGRO:2009:BL7189
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bouwvergunning eerste fase
Verzoekster heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen om een reguliere bouwvergunning eerste fase onder vrijstelling te verlenen voor het oprichten van een horecavestiging en appartementen op een perceel te Groningen.
Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om te voorkomen dat de bouw op korte termijn zou aanvangen. De voorzieningenrechter overwoog dat voor het feitelijk bouwen nog een reguliere bouwvergunning tweede fase nodig is, die uiterlijk binnen 12 maanden na onherroepelijkheid van de eerste fase aangevraagd moet worden.
Omdat de aanvraag voor de tweede fase ten tijde van het verzoek nog niet was ingediend, kon op korte termijn niet met bouwen worden begonnen. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening. Ook de wettelijke regeling dat de beslissing op de tweede fase wordt aangehouden bij schorsingsverzoek tegen de eerste fase maakte dit niet anders.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.