ECLI:NL:RBGRO:2010:BL9837
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over ingangsdatum bijstandsuitkering wegens schending hoorplicht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder om de bijstandsuitkering pas met ingang van 6 februari 2008 toe te kennen, terwijl eiser meent dat hij al vanaf 15 juni 2007 recht had op bijstand vanwege een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht. De rechtbank oordeelt dat eiser zich op 17 november 2007 bij het CWI heeft gemeld voor bijstand en dat hij vanaf die datum aan de voorwaarden voldeed.
De rechtbank stelt vast dat verweerder artikel 7:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht heeft geschonden door alleen de gemachtigde van eiser te horen tijdens de hoorzitting en eiser niet persoonlijk uit te nodigen. Dit is een schending van de hoorplicht die essentieel is in de bezwaarschriftenprocedure. Verweerder had eiser opnieuw moeten uitnodigen voor een hoorzitting.
Verder overweegt de rechtbank dat het enkele feit van een verblijfsvergunning met terugwerkende kracht geen bijzondere omstandigheid is die het vervroegen van de ingangsdatum van de bijstand rechtvaardigt, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn zoals aantoonbare schulden. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht of de schulden van eiser aanleiding geven tot vervroeging van de uitkering.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen, rekening houdend met de belangen van eiser. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van de belangen van eiser.