ECLI:NL:RBGRO:2010:BM6678
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. Bastin, rechter in de bestuurssector, omdat hij geen vertrouwen had in diens onpartijdigheid en omdat mr. Bastin eerder betrokken was geweest bij zaken van verzoeker. Tevens stelde verzoeker dat mr. Bastin hem met minachting had behandeld en handelde in strijd met de leidraad voor onpartijdigheid.
De wrakingskamer, bestaande uit drie rechters, behandelde het verzoek. Mr. Bastin beriep zich op het ontbreken van schijn van partijdigheid ondanks eerdere behandeling van zaken van verzoeker. De rechtbank overwoog dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. Het subjectieve oordeel van verzoeker was onvoldoende.
De rechtbank concludeerde dat de vermeende minachting geen wrakingsgrond vormt en dat de overige aangevoerde feiten onvoldoende zijn om partijdigheid of de schijn daarvan aan te nemen. Het verzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Bastin wordt afgewezen wegens onvoldoende objectieve gronden voor partijdigheid.