ECLI:NL:RBGRO:2010:BM6968
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen dwangbevel wegens studiefinancieringsschuld en verjaring
Q. is in verzet gekomen tegen een dwangbevel van de IBG waarin een bedrag van €3.122,79 aan achterstallige studiefinancieringsschuld wordt gevorderd. De kern van het geschil betreft de vraag of de vordering verjaard is en of de door IBG gevorderde rente en kosten terecht zijn.
De rechtbank stelt vast dat de oorspronkelijke schuld uit 1989 is omgezet in een rentedragende lening in 1996 en dat er een betalingsregeling is getroffen in 2002, die een natuurlijke verbintenis omzette in een rechtens afdwingbare overeenkomst. Hierdoor is een nieuwe verjaringstermijn van vijf jaar gaan lopen. Q. heeft na de regeling betalingen gedaan tot maart 2003, waarna opnieuw een verjaringstermijn begon.
De IBG heeft het dwangbevel in juli 2008 betekend. De rechtbank onderzoekt of er na maart 2003 een stuitingshandeling heeft plaatsgevonden, waarbij de ontvangst van een aanmaningsbrief uit 2008 wordt betwist door Q. De IBG wordt toegelaten tot bewijslevering omtrent ontvangst van deze brief. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere uitlatingen en mogelijk getuigenverhoor.
De rechtbank oordeelt dat de IBG geen adresgegevens van Q. op Aruba heeft achterhaald, wat voor haar risico komt. Ook wordt aangenomen dat eerdere exploten correct zijn betekend, ondanks betwisting door Q. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs over ontvangst aan de orde is gesteld.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak naar rolzitting voor bewijslevering over ontvangst aanmaningsbrief.