ECLI:NL:RBGRO:2010:BM9539
Rechtbank Groningen
- Raadkamer
- G. Eelsing
- F.J. Agema
- J.M.M. van Woensel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging TBS-maatregel wegens voldoende risicobeheersing via rechterlijke machtiging
De rechtbank Groningen behandelde de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van betrokkene, die sinds 2004 onder deze maatregel viel. Diverse deskundigen, waaronder psychiaters en psychologen verbonden aan de Van der Hoevenkliniek, adviseerden de beëindiging van de TBS, gezien de leeftijd, cognitieve beperkingen en het risicoprofiel van betrokkene.
Uit het advies bleek dat betrokkene met een rechterlijke machtiging in een beschermde woonvoorziening (RIBW) met 24-uurs begeleiding en toezicht voldoende kan worden begeleid, waardoor het risico op terugval in (seksueel) agressief gedrag laag is. Medicatietrouw en controle op alcoholgebruik zijn cruciale voorwaarden voor het risicomanagement.
De rechtbank nam kennis van de rapportages, het verlengingsadvies en de toelichting van deskundigen tijdens de zitting. De officier van justitie wilde verlenging met een jaar, mede vanwege toekomstige wetgeving, maar de raadsman en deskundigen onderschreven het beëindigen van de TBS.
De rechtbank oordeelde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid niet langer verlenging van de TBS vereisen, omdat het verblijf en de zorg onder een BOPZ-maatregel met rechterlijke machtiging adequaat gewaarborgd zijn. De vordering tot verlenging werd daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af en beëindigt de TBS-maatregel.