ECLI:NL:RBGRO:2010:BN3882
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris wegens vermeende vooringenomenheid
Op 22 juli 2010 behandelde de rechtbank Groningen een verzoek tot wraking van de rechter-commissaris in een strafzaak. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de rechter-commissaris weigerde een specifieke opmerking van een getuige in het proces-verbaal op te nemen. De verzoekster stelde dat deze opmerking essentieel was om het gedrag van de getuige tijdens het politieonderzoek in haar woning volledig weer te geven.
De rechter-commissaris had in het proces-verbaal opgenomen dat de getuige de politieagenten op een boerse wijze had aangesproken, maar niet de precieze woorden die de getuige zelf niet kon bevestigen. De advocaat van de verzoekster had nog de mogelijkheid om aanvullende vragen te stellen, maar door het wrakingsverzoek werd dit niet voortgezet.
De rechtbank overwoog dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. De weigering van de rechter-commissaris om de specifieke passage op te nemen werd niet als vooringenomenheid gezien, mede omdat het uitgangspunt is om zo dicht mogelijk bij de verklaring van de getuige te blijven.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het verzoek. De beslissing werd openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid.