ECLI:NL:RBGRO:2010:BN6288
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid en overschrijding redelijke termijn
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen rechter R.L. Vucsán wegens vermeende partijdigheid en overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Verzoeker stelde dat de rechter meerdere zaken tegen hem heeft behandeld waarbij hij zelden in het gelijk werd gesteld en dat de wederpartij onterecht extra stukken mocht indienen.
De rechtbank behandelde het wrakingsverzoek schriftelijk en tijdens een zitting waarbij verzoeker niet aanwezig was. De rechtbank overwoog dat het feit dat de wederpartij extra stukken mocht indienen en de duur van de procedure niet leiden tot een vermoeden van partijdigheid of schijn daarvan. Ook het eerdere ongelijk van verzoeker in procedures vormt geen grond voor wraking.
De rechtbank benadrukte de wettelijke norm dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren. Geen van de aangevoerde omstandigheden voldeed hieraan.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de hoofdprocedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond bij het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen rechter Vucsán wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid.