ECLI:NL:RBGRO:2010:BN8122
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak sportdocent wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs ontucht met minderjarige leerling
De rechtbank Groningen behandelde de zaak tegen een sportdocent die werd verdacht van het plegen van meerdere ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen, met een minderjarige leerling in de periode van januari 2008 tot april 2009. De aanklacht omvatte diverse handelingen zoals tongzoenen, strelen van het lichaam en seksuele handelingen onder en over kleding, waarbij sprake zou zijn van misbruik van een machtspositie.
De officier van justitie baseerde de tenlastelegging voornamelijk op de verklaring van de aangeefster, ondersteund door sms- en msm-berichten, kaartjes, cd’s en liefdesgedichten, alsmede verklaringen van bestuursleden van de sportvereniging. De verdediging voerde aan dat de aangifte ongeloofwaardig was en dat het ontbreken van ander bewijs tot vrijspraak moest leiden.
De rechtbank concludeerde dat het directe bewijs uitsluitend rustte op de verklaring van de aangeefster en dat er geen getuigen waren die de seksuele handelingen hadden waargenomen. Observaties van bestuursleden en verklaringen van derden ondersteunden de aangifte onvoldoende. Hoewel er sprake was van een langdurige leraar-leerling relatie en een nauwe persoonlijke band, vond de rechtbank de verdenking onvoldoende om tot steunbewijs te dienen.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat deze vordering buiten het strafproces om bij de burgerlijke rechter moet worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor ontuchtige handelingen met minderjarige leerling.