ECLI:NL:RBGRO:2010:BO1403
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. L. Stuiver
- F. Sijens
- M.J.B. Holsink
- Rechtspraak.nl
Verduistering door voorzitter stichting Kat in Nood deels bewezen zonder strafoplegging
Verdachte was van 1996 tot 2009 voorzitter van Stichting Kat in Nood en gebruikte gedurende een lange periode geld van de stichting voor privé-uitgaven zoals brandstof, boodschappen en schoonmaakwerkzaamheden door haar dochter. De verdediging voerde aan dat er afspraken waren over deze betalingen en dat sprake was van een civielrechtelijk geschil, niet van verduistering.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van verduistering in dienstbetrekking vanaf 1 januari 2008 tot 30 juli 2009, omdat verdachte toen bewust de kans op wederrechtelijke toe-eigening heeft genomen door geen inzicht te geven in de administratie en geen verrekening te zoeken. Voor de periode daarvoor was er onvoldoende bewijs van opzet, mede door de complexe relatie en gemaakte afspraken binnen de stichting.
De rechtbank hield rekening met de omstandigheden waaronder het feit is begaan, waaronder het feit dat verdachte zich met hart en ziel inzette voor de stichting, geen financieel voordeel behaalde en de handelwijze door medebestuursleden werd gedoogd. Verdachte kreeg geen straf opgelegd, maar werd wel schuldig verklaard. De vordering van de stichting tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en moet civielrechtelijk worden afgedaan.
De uitspraak benadrukt het belang van een goede scheiding tussen privé- en stichtingsgelden en de verantwoordelijkheid van bestuurders om de administratie op orde te houden. Verdachte erkende fouten en de impact van de zaak op haar gezondheid en leven.
Uitkomst: Verdachte schuldig aan verduistering in dienstbetrekking zonder strafoplegging.