ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5029
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toerekening van ervaring van onderaannemer aan hoofdaannemer bij aanbesteding afgewezen
De gemeente Delfzijl hield een Europese aanbesteding voor levering en uitzetting van minicontainers. Engels diende een inschrijving in en beriep zich op ervaring van Weber, die bij eerdere opdrachten als hoofdaannemer optrad, maar waarbij de werkzaamheden feitelijk door onderaannemer MoWa werden uitgevoerd.
DVL, tweede geëindigde inschrijver, stelde dat de ervaring van MoWa niet aan Weber kon worden toegerekend omdat MoWa niet bij de huidige aanbesteding werd ingezet. De voorzieningenrechter bevestigde dat een inschrijver zich niet kan beroepen op ervaring van derden die niet daadwerkelijk worden ingezet bij de opdracht.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het HvJEG en de Hoge Raad die stelt dat inschrijvers daadwerkelijk moeten beschikken over de middelen en vaardigheden van derden waarop zij zich beroepen. De ervaring van MoWa kon daarom niet aan Weber worden toegerekend.
Hierdoor voldeed de inschrijving van Engels niet aan de gestelde bekwaamheidseisen en moest deze ongeldig worden verklaard. De gemeente werd bevolen de voorlopige gunning aan Engels in te trekken en de opdracht voorlopig aan DVL te gunnen, tenzij de aanbesteding rechtsgeldig wordt beëindigd.
De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten. Er werd geen dwangsom opgelegd omdat van een overheidsorgaan wordt verwacht vonnissen na te leven.
Uitkomst: De inschrijving van Engels wordt ongeldig verklaard en de voorlopige gunning wordt aan DVL gegeven.