ECLI:NL:RBGRO:2010:BO5050

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
19 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
121866/HA RK 10-379
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:16 lid 4 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke zaak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. R.L. Vucsán, rechter in de bestuurssector van de rechtbank Groningen, in een lopende bestuursrechtelijke procedure (zaaknummer AWB 08/880 WWB G).

De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van artikel 8:16 lid 4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat stelt dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die na het eerdere verzoek bekend zijn geworden.

De rechtbank concludeerde dat het verzoek niet aan dit vereiste voldoet en verklaarde verzoeker daarom niet ontvankelijk. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals die was ten tijde van het wrakingsverzoek. Er is geen mondelinge behandeling gehouden.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. R.L. Vucsán werd niet ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GRONINGEN
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: 121866 / HA RK 10-379
Datum beslissing: 19 oktober 2010
Beslissing op het schriftelijke verzoek van [verzoeker], wonende aan de [adres], [woonplaats] (hierna: verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van mr. R.L. Vucsán.
1. Procesverloop
1.1. Bij brief van 15 oktober 2010 heeft verzoeker wederom een verzoek ingediend tot wraking van mr. R.L. Vucsán, rechter in de bestuurssector van deze rechtbank, in het geschil met zaaknummer AWB 08/880 WWB G, waarbij verzoeker als partij is betrokken.
2. De beoordeling
Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoeker zich wederom baseert op de procedure met zaaksnummer 09/9. Deze zaak is geëindigd middels een uitspraak op 9 september 2010.
Artikel 8:16 lid 4 Algemene Pro wet bestuursrecht luidt: een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter wordt niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoekschrift niet aan dit vereiste voldoet.
Nu niet aan het formele vereiste voor wraking is voldaan kan verzoeker niet in zijn verzoek worden ontvangen. Tot een mondelinge behandeling behoeft derhalve niet te worden overgegaan.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1. verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek,
3.2 bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer AWB 08/880 WWB G) wordt voortgezet in de stand waarin zij zich bevond ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
3.3. beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker,
mr. Vucsán en het College van Burgemeester en Wethouders Groningen, Dienst SOZAWE, afdeling Juridische Zaken.
Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, E.J. Oostdijk en G.J.J. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van K. Bootsman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2010.
kb