ECLI:NL:RBGRO:2011:BP2899
Rechtbank Groningen
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaarschrift tegen voortijdige dagvaarding wegens schending vertrouwensbeginsel
De rechtbank Groningen behandelde een bezwaarschrift tegen een dagvaarding die op 26 oktober 2010 aan verdachte was betekend. De verdediging stelde dat de officier van justitie onzorgvuldig had gehandeld door de dagvaarding uit te brengen voordat de termijn verstreken was die was toegekend voor het indienen van onderzoekswensen in het kader van een mini-instructie. Hierdoor werd het recht van verdachte op een eerlijk proces en een volledige voorbereiding geschaad.
De officier van justitie had de verdediging tot 1 november 2010 de tijd gegeven om onderzoekswensen kenbaar te maken, maar ging al op 26 oktober 2010 over tot dagvaarden. De rechtbank oordeelde dat dit in strijd was met het vertrouwensbeginsel en de beginselen van een goede procesorde. Hoewel de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie werd vastgesteld, was deze herstelbaar, zodat de vervolging in een eerdere fase kan worden voortgezet.
De rechtbank wees ook op het belang van een evenwichtige procesvoering en verwees naar relevante jurisprudentie, waaronder een arrest van de Hoge Raad uit 1985. De beslissing werd genomen tijdens een raadkamerzitting met gesloten deuren op 10 januari 2011, waarbij de officier van justitie, de raadsvrouw en de vertegenwoordiger van verdachte waren gehoord.
De rechtbank verklaarde het bezwaarschrift gegrond en de officier van justitie niet-ontvankelijk in de dagvaarding, met de mogelijkheid om de vervolging te hervatten na het honoreren van de onderzoekswensen van de verdediging.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de dagvaarding wegens voortijdige dagvaarding vóór het verstrijken van de toegekende termijn voor onderzoekswensen.