ECLI:NL:RBGRO:2011:BP9781
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs voor overtreding EVOA en valsheid in geschrift bij afvaltransport
De rechtbank Groningen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het overtreden van de Europese Verordening over de overbrenging van afvalstoffen (EVOA) en valsheid in geschrift met betrekking tot het transport van kunststofafval (PET-flessen) naar Maleisië, terwijl op de documenten Hong Kong als bestemming stond vermeld.
De officier van justitie stelde dat verdachte als feitelijk leidinggevende bewust betrokken was bij het illegale transport en het vervalsen van documenten. De verdediging voerde aan dat verdachte te goeder trouw handelde, niet op de hoogte was van de wijziging van bestemming en dat de bewijsvoering onvoldoende was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte steeds heeft gericht op transporten naar Hong Kong en dat het bewijs onvoldoende was om aan te nemen dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met andere partijen om de bestemming te wijzigen naar Maleisië. Ook de valsheid in geschrift werd niet bewezen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De uitspraak benadrukt de zorgplicht onder de EVOA en het belang van overtuigend bewijs voor betrokkenheid bij strafbare feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij illegale afvaltransporten en valsheid in geschrift.