ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8472
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag van notarisklerk wegens bedrijfseconomische omstandigheden
Q. was sinds 1992 in dienst bij het notariskantoor van R. als notarisklerk en boekhouder. Zijn echtgenote was eveneens in dienst maar werd in 2009 arbeidsongeschikt. R. beëindigde het dienstverband van Q. per 1 februari 2011 wegens bedrijfseconomische omstandigheden, waarvoor toestemming was verleend door het UWV Werkbedrijf. Q. stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, onder meer omdat zijn echtgenote niet voor ontslag in aanmerking werd genomen en omdat er sprake zou zijn van een valse reden.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag niet in strijd was met het anciënniteitbeginsel en dat de keuze voor ontslag van Q. gerechtvaardigd was gezien de arbeidsongeschiktheid van zijn echtgenote. De financiële situatie van het kantoor was zorgelijk, met verlies in 2010 en onder verscherpt toezicht van het Bureau Financieel Toezicht. Er was geen sprake van een valse of voorgewende reden.
Echter, gelet op de leeftijd van Q., zijn lange dienstverband, en de beperkte kansen op de arbeidsmarkt, achtte de kantonrechter het ontslag kennelijk onredelijk vanwege het gevolgencriterium. R. had geen financiële voorziening getroffen om de inkomensachteruitgang van Q. te compenseren. Daarom werd een schadevergoeding van €28.874,00 bruto toegekend, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast werd R. veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van Q. is kennelijk onredelijk en R. wordt veroordeeld tot betaling van €28.874,00 bruto schadevergoeding plus rente.