ECLI:NL:RBGRO:2011:BV5602
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vrijheid van meningsuiting versus bescherming eer en goede naam bij mislukte verbouwing
In deze zaak staat de afweging tussen het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming van eer en goede naam centraal. [C] had een website opgericht waarop hij de mislukte verbouwing door [B] en [A] aan zijn woning beschreef en foto's plaatste. Deze uitingen betroffen feitelijke onderbouwing van tekortkomingen en schade.
De rechtbank oordeelde dat de feitelijke beschrijving van de mislukte verbouwing niet onrechtmatig was, mede bevestigd door een arbitrale uitspraak waarin [B] tekortschiet in zijn verplichtingen. Echter, de kwalificaties als "bedrieglijk persoon", "een zichzelf noemende aannemer" en "boef" werden als zeer krenkend en onrechtmatig jegens [B] beoordeeld.
De vorderingen van [A] en [B] om verwijdering van alle uitlatingen en stopzetting van verdere publicaties werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het belang van vrijheid van meningsuiting. [A] en [B] werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis benadrukt de noodzaak van een zorgvuldige belangenafweging tussen fundamentele rechten.
Uitkomst: De vorderingen van eisers tot verwijdering van uitlatingen en staking van publicaties worden afgewezen; feitelijke beschrijvingen zijn geoorloofd, beledigende termen onrechtmatig.