ECLI:NL:RBGRO:2012:BY4910
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens beëindiging kerklidmaatschap is kennelijk onredelijk
De zaak betreft een onderwijsmedewerkster die sinds 1996 in dienst was bij een gereformeerde onderwijsvereniging en voor wie lidmaatschap van een Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) een benoemingsvoorwaarde was. Nadat zij haar lidmaatschap in maart 2011 opzegde, werd zij per 1 september 2011 ontslagen wegens het niet langer voldoen aan deze voorwaarde.
De kantonrechter overwoog dat het lidmaatschapsvereiste gegrond is op de statuten en benoemingsakte en noodzakelijk wordt geacht voor de verwezenlijking van de grondslag van de vereniging. De werkgever handhaafde het beleid consequent en bood een outplacementtraject aan. De werknemer was zich bewust van de mogelijke gevolgen van het opzeggen van haar lidmaatschap.
Toch oordeelde de rechter dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de ernstige gevolgen voor de werknemer, die 57 jaar oud was, 15 jaar in dienst, zonder verwijtbaar functioneren, en met beperkte kansen op ander werk. De vereniging had geen financiële voorziening getroffen voor de inkomensachteruitgang. Daarom werd een schadevergoeding van €7.200 bruto toegekend. Het primair gevorderde herstel van de arbeidsovereenkomst werd afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag wegens het beëindigen van het kerklidmaatschap is kennelijk onredelijk en de werkgever moet een schadevergoeding van €7.200 bruto betalen.