ECLI:NL:RBHAA:2000:AA6883
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Boogaart
- Th. Seylhouwer
- L.F. Roseval
- Rechtspraak.nl
Onderscheid in eigen bijdrage zorg tussen gehuwden en alleenstaanden niet onrechtmatig
Eisers, gehuwde bewoners van een zorginstelling, maakten bezwaar tegen besluiten over hun eigen bijdrage aan de zorg, geldend van 1 juli 1997 tot 30 juni 1998. Zij stelden dat het Besluit en de Bijdrageregeling Zorg discriminatoir waren omdat zak- en kleedgeld voor gehuwden lager werd vastgesteld dan voor twee alleenstaanden en de vrijstelling slechts eenmaal werd toegepast. Tevens voerden zij aan dat de terugwerkende kracht van de verhoging van de eigen bijdrage in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat er wel degelijk schaalvoordelen bestaan voor gehuwden, zoals bij vakantie- en vervoerskortingen en gezamenlijke kosten, waardoor geen sprake is van gelijke gevallen. Het onderscheid in het Besluit is daarom gerechtvaardigd en niet in strijd met artikel 1 van Pro de Grondwet en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Bupo).
Met betrekking tot de terugwerkende kracht van de verhoging stelde de rechtbank vast dat eisers tijdig wisten of hadden kunnen weten van de wijziging, mede door eerdere communicatie en informatiebijeenkomsten. De nabetaling was daarom niet in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak kan worden aangevochten bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de eigen bijdrage zorg wordt ongegrond verklaard omdat het onderscheid tussen gehuwden en alleenstaanden gerechtvaardigd is.