ECLI:NL:RBHAA:2000:AF0383

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
8 augustus 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
00/214 R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15b lid 1 Faillissementswet
Verwijzingen
1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing faillissement en toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot opheffing van het faillissement dat op 25 januari 2000 was uitgesproken, met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank constateerde dat verzoeker tijdens de aanvraagtermijn geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het doen van een verzoek tot wettelijke schuldsanering, zoals vereist volgens artikel 15b lid 1 Faillissementswet.

Desondanks oordeelde de rechtbank dat dit niet verwijtbaar was aan verzoeker, omdat hij werd bijgestaan door een adviseur die niet bij uitstek deskundig was op juridisch gebied. De adviseur richtte zich vooral op het voorkomen van het faillissement en was niet voldoende betrokken bij de juridische risico’s. Ook de advocaat was destijds niet zodanig betrokken dat zij verzoeker op de risico’s kon wijzen.

De rechtbank stelde het salaris van de curator vast en bepaalde dat de kosten van de publicaties ten laste van de Staat komen. Tevens werd de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, met de bevoegdheid tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post.

Uitkomst: Faillissement wordt opgeheven en schuldsaneringsregeling definitief toegepast ondanks niet-gebruik van schorsingstermijn wegens niet-bijzondere deskundigheid adviseur.

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank te Haarlem,
enkelvoudige kamer
X. , wonende te P.,
verzoeker,
heeft een verzoekschrift ingediend tot opheffing van het op 25 januari 2000 uitgesproken faillissement van verzoeker onder het gelijktijdig uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Er is geen grond gebleken voor afwijzing van het verzoek.
In de onderhavige zaak is verzoeker tijdens de aanvraagtermijn van het faillissement uitdrukkelijk de mogelijkheid gegeven een verzoek tot wettelijke schuldsanering te doen, van welke mogelijkheid geen gebruik is gemaakt.
In beginsel verhindert artikel 15b lid 1 van de Faillissementswet het uitspreken van de schuldsanering indien de gefailleerde niet tijdens de aanvraagtermijn van het faillissement een verzoek tot wettelijke schuldsanering heeft gedaan, tenzij redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de gefailleerde wegens hem toe te rekenen omstandigheden dit heeft nagelaten. Dit laatste doet zich, hoewel verzoeker werd bijgestaan door een adviseur, H.J. Vellen, en een advocaat mr. Diederen, hier voor.
De rechtbank heeft geconstateerd dat verzoeker nimmer in persoon is verschenen in het kader van de faillissementsaanvraag, maar zich altijd heeft laten vertegenwoordigen door Vellen, die aangaande juridische vraagstukken niet bij uitstek deskundig was. Vellen heeft zijn aandacht bij de behandeling van het faillissement geheel gefixeerd op de voorkoming ervan. Kennelijk was mr. Diederen destijds niet in die mate bij de zaak betrokken dat zij verzoeker dan wel Vellen heeft kunnen wijzen op het risico dat verzoeker liep, door zich -niettegenstaande zijn schuldenpositie- vast te houden aan het standpunt dat hij niet was opgehouden met betalen.
De rechtbank zal het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vaststellen. De kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties kunnen niet uit de boedel worden voldaan en zullen dus ten laste van de Staat komen.
Beslissing
De rechtbank:
• heft het faillissement van verzoeker op;
• stelt het salaris van de curator vast op fl 790.59 (inclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) te vermeerderen met de eventuele nagekomen rente op de faillissementsrekening en brengt dit bedrag ten laste van de schuldenaar;
• bepaalt dat de kosten van de in de Faillissementswet bevolen publicaties ten laste van de Staat komen;
• spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: X. geboren op ...,wonende te P.
• benoemt tot rechter-commissaris mr A.H. Veldmaat-Wansink, en tot bewindvoerder mr. S.M.W.L. van Hoven, wonende/gevestigd te Postbus 280 2000 ACE Haarlem;
• geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen;
Gewezen door mr M.C.M van Dijk, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 augustus 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.