ECLI:NL:RBHAA:2000:AF0383
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing faillissement en toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot opheffing van het faillissement dat op 25 januari 2000 was uitgesproken, met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank constateerde dat verzoeker tijdens de aanvraagtermijn geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot het doen van een verzoek tot wettelijke schuldsanering, zoals vereist volgens artikel 15b lid 1 Faillissementswet.
Desondanks oordeelde de rechtbank dat dit niet verwijtbaar was aan verzoeker, omdat hij werd bijgestaan door een adviseur die niet bij uitstek deskundig was op juridisch gebied. De adviseur richtte zich vooral op het voorkomen van het faillissement en was niet voldoende betrokken bij de juridische risico’s. Ook de advocaat was destijds niet zodanig betrokken dat zij verzoeker op de risico’s kon wijzen.
De rechtbank stelde het salaris van de curator vast en bepaalde dat de kosten van de publicaties ten laste van de Staat komen. Tevens werd de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken en werden een rechter-commissaris en bewindvoerder benoemd, met de bevoegdheid tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post.
Uitkomst: Faillissement wordt opgeheven en schuldsaneringsregeling definitief toegepast ondanks niet-gebruik van schorsingstermijn wegens niet-bijzondere deskundigheid adviseur.