ECLI:NL:RBHAA:2002:AQ2615
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nakoming mediation-overeenkomst wegens vrijwilligheid deelname
Partijen hadden een affectieve relatie die in 1998 werd beëindigd. Op 16 november 1999 spraken zij af om hun geschil via mediation te bespreken. De mediationbijeenkomst vond plaats op 21 december 1999, maar werd door gedaagde voortijdig verlaten.
Eiser vordert nakoming van de mediation-overeenkomst of een schadevergoeding, stellende dat gedaagde verplicht was redelijke inspanningen te leveren om de mediation te doen slagen. Gedaagde betwist dat een bindende overeenkomst bestond en stelt dat haar deelname vrijblijvend was.
De rechtbank oordeelt dat mediation per definitie op vrijwilligheid berust, ook volgens het NMI-mediationreglement. Een verplichting tot inspanning voorafgaand aan de mediation om de procedure te starten is niet redelijk. Gedaagde mocht de mediation op elk moment zonder opgave van redenen beëindigen. De vordering van eiser wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot nakoming van de mediation-overeenkomst wordt afgewezen wegens vrijwilligheid van deelname.