ECLI:NL:RBHAA:2004:AO1558
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid warenhuis voor ernstig letsel kind door roltrapconstructie
Op 8 oktober 1998 raakte een vijfjarig kind bekneld onder de leuning van een roltrap in het warenhuis Bristol te Spijkenisse, waarbij ernstig letsel werd opgelopen. De roltrap voldeed aan de geldende veiligheidsvoorschriften en normen, waaronder de Europese NEN-EN 115, maar deze normen hielden geen rekening met het risico voor een liggend kind onder de leuning.
De Arbeidsinspectie stelde vast dat de roltrap een levensgevaarlijke klemplaats bevatte die eenvoudig afgeschermd had kunnen worden, zoals bij andere typen roltrappen het geval is. Bristol voerde verweer dat zij mocht vertrouwen op de deugdelijkheid van de roltrap en dat het ongeval niet voorzienbaar was.
De rechtbank oordeelde dat het warenhuis als exploitant van de opstal aansprakelijk is omdat de roltrap niet voldeed aan de veiligheidseisen die in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Het gevaar voor ernstig letsel was voorzienbaar en de roltrap bood niet de veiligheid die het publiek mag verwachten.
Bristol werd veroordeeld tot vergoeding van de schade van het kind en de ouders, inclusief een voorschot van €42.500,-. Ook werd Bristol veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt dat het voldoen aan minimale veiligheidsnormen niet afdoet aan de aansprakelijkheid wanneer het risico eenvoudig vermijdbaar is maar toch is gerealiseerd.
Uitkomst: Bristol is aansprakelijk voor de schade van het kind en de ouders en wordt veroordeeld tot vergoeding en betaling van een voorschot.