ECLI:NL:GHAMS:2009:BL4918
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.J.M. Smit
- J.W. Hoekzema
- J.F.M. Strijbos
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid roltrapbezitter voor ernstig letsel kind door onveilige roltrap in winkel
In deze zaak is een vijfjarig kind ernstig en blijvend letsel toegebracht doordat het bekneld raakte tussen de bewegende leuning van een roltrap en de vloer in een winkel van [Y]. De roltrap voldeed aan de geldende veiligheidsvoorschriften, maar deze normen voorzagen niet in bescherming tegen het specifieke risico van beknelling van een kind onder de leuning.
De ouders van het kind stelden [Y] aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW Pro in samenhang met artikel 6:181 BW Pro, omdat de roltrap niet voldeed aan de eisen die men in de gegeven omstandigheden mocht stellen. Het hof oordeelde dat de aanwezigheid van kinderen in de winkel en het normale gebruik van de roltrap vereisten dat deze zodanig veilig was ingericht dat beknelling niet mogelijk was.
Hoewel [Y] betwistte dat het ongeval op de beschreven wijze had plaatsgevonden en stelde dat zij de onveiligheid niet kende, leidde dit niet tot vrijwaring van aansprakelijkheid. De kwalitatieve aansprakelijkheid van de bezitter van de opstal geldt ook als de gebreken niet bekend waren. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [Y] in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt de aansprakelijkheid van [Y] voor het letsel van het kind door een onveilige roltrap en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank.