ECLI:NL:RBHAA:2004:AR4396
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg CAO bepalingen over reiskosten en reisurenvergoeding bij BAM Woningbouw
De zaak betreft een geschil tussen FNV en werknemer [eiser 2] enerzijds en BAM Woningbouw B.V. anderzijds over de juiste toepassing van de CAO Bouwbedrijf 2002/2004 inzake de vergoeding van reiskosten en reisuren. FNV en [eiser 2] stelden dat BAM onjuist de vergoeding baseert op de kortste route, terwijl volgens hen de feitelijke gereden kilometers, doorgaans de snelste route, vergoed moeten worden.
BAM voerde verweer dat de CAO geen expliciete begrippen als 'kortste route' of 'snelste route' hanteert en dat het eigen beleid binnen de grenzen van de CAO valt. Ook stelde BAM dat FNV niet-ontvankelijk is omdat eerst een interne beroepsprocedure gevolgd had moeten worden, maar de kantonrechter verwierp dit verweer.
De kantonrechter legde de CAO uit naar objectieve maatstaven en concludeerde dat de vergoeding van reiskosten en reisuren op basis van de kortste route niet in strijd is met de CAO. De redenering is dat de vergoeding een ondergrens vormt, vergelijkbaar met de vergoeding voor openbaar vervoer laagste klasse. Werknemers kunnen zelf kiezen voor een snellere, maar langere route op eigen kosten.
De vordering van FNV en [eiser 2] werd daarom afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt dat de CAO geen verplichting tot vergoeding van feitelijke snelste route bevat en dat BAM haar beleid correct uitvoert.
Uitkomst: De vordering van FNV en werknemer wordt afgewezen; BAM mag reiskosten en reisurenvergoeding op basis van de kortste route berekenen.