ECLI:NL:RBHAA:2004:AT8278
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst en gebruiksrecht pad bij ongebouwd onroerend goed
In deze zaak staat centraal of eisers de overeenkomsten met betrekking tot het gebruik van een stuk grond en een pad door gedaagden rechtsgeldig hebben opgezegd. Gedaagden gebruiken sinds 2001 een stuk grond als paardenuitloop en mestopslag en hebben daarnaast het recht om een pad over het perceel van eisers te gebruiken. De kantonrechter kwalificeert de overeenkomst over het stuk grond als een huurovereenkomst van ongebouwd onroerend goed voor onbepaalde tijd en het gebruik van het pad als een duurovereenkomst.
Eisers stelden de overeenkomsten te hebben opgezegd omdat zij het land zelf wilden gebruiken. Gedaagden betwisten de opzegbaarheid op de door eisers gestelde wijze en stellen dat voorafgaande uitlatingen van eisers inhielden dat opzegging slechts mogelijk was bij verkoop van het land ten behoeve van woningbouw. De kantonrechter overweegt dat hoewel de tekst van de overeenkomst opzegging toelaat, de verklaringen en gedragingen van partijen ook van belang zijn voor de uitleg van de overeenkomst.
Omdat gedaagden de last van bewijs dragen omtrent de gestelde uitlatingen, zal de rechtbank hen in beginsel tot bewijslevering toelaten. Indien zij daarin slagen, kan dat betekenen dat eisers slechts bij verkoop mogen opzeggen, maar dat zij dan mogelijk schadevergoeding aan gedaagden moeten betalen. De kantonrechter wijst verder op de mogelijkheid van wijziging van de overeenkomst op grond van onvoorziene omstandigheden. De zaak wordt aangehouden voor nadere behandeling en een comparitie is gelast.
Uitkomst: De kantonrechter houdt verdere beslissing aan en gelast een comparitie om het geschil nader te behandelen.