ECLI:NL:RBHAA:2005:AT3611
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering Wajong-uitkering wegens dringende redenen en onvoldoende bewijs
Eiser ontving sinds 1994 een AAW-uitkering die in 1998 werd omgezet in een Wajong-uitkering. Na een dienstverband bij een nieuwe werkgever vanaf april 2000 werd de uitkering door verweerder aan de werkgever uitbetaald, ondanks dat eiser had verzocht de uitkering stop te zetten. Pas bijna vier jaar later besloot verweerder tot terugvordering van het bedrag van ruim €3.100.
Eiser stelde dat hij niet wist dat de uitkering na april 2000 nog werd betaald aan de werkgever en dat hij deze niet heeft ontvangen. Bovendien was de werkgever inmiddels failliet, waardoor terugvordering bij de werkgever niet meer mogelijk was. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat de uitkering daadwerkelijk aan de werkgever was doorbetaald.
De rechtbank oordeelt dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarde dat onverschuldigd is betaald. Daarnaast zijn er dringende redenen om af te zien van terugvordering, omdat de sociale en financiële consequenties voor eiser onaanvaardbaar zouden zijn. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot terugvordering vernietigd en het betaalde griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot terugvordering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs en dringende redenen.