ECLI:NL:RBHAA:2005:AU4286
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing smartengeld na dienstongeval politie
Eiser, werkzaam bij de politie, heeft op 1 januari 1998 tijdens zijn dienst een dienstongeval gehad waarbij hij een posttraumatische stressstoornis opliep. Hij vroeg smartengeld aan op grond van artikel 54a Barp, dat terugwerkende kracht heeft tot 24 februari 1997. Verweerder wees het verzoek aanvankelijk af, stellende dat de vordering was verjaard en dat eiser al een uitkering van het Schadefonds had ontvangen.
Eiser betoogde dat zijn verzoek tijdig was ingediend binnen de verjaringstermijn van vijf jaar na inwerkingtreding van artikel 54a Barp en dat de vergoeding van het Schadefonds onvoldoende was. Daarnaast stelde hij dat zijn leed ook bestond uit gezinsproblemen en de formele houding van de werkgever.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich bij zijn besluitvorming niet volledig had geïnformeerd over het leed van eiser en alleen het verlies van werkcapaciteit had meegewogen. Hierdoor ontbrak een voldoende grondslag voor afwijzing. Ook de verjaring werd verworpen omdat het verzoek binnen de termijn was ingediend. De rechtbank vernietigde het besluit en beval een nieuwe beslissing, waarbij verweerder ook de proceskosten aan eiser moest vergoeden.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van smartengeld wordt vernietigd en verweerder moet een nieuwe beslissing nemen.