ECLI:NL:RBHAA:2005:AU8696
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid werkgever voor rug- en nekklachten na harde landing stewardess
De werkneemster, een stewardess bij Martinair, vordert een verklaring voor recht en schadevergoeding wegens rug- en nekklachten na een harde landing van een vlucht op 26 augustus 1998. Zij stelt dat sprake is van een bedrijfsongeval en dat Martinair aansprakelijk is op grond van haar zorgplicht volgens art. 7:658 BW Pro.
Martinair betwist dat er sprake is van een bedrijfsongeval en voert aan dat de landing met een verticale versnelling van 1,84 G niet medisch kan leiden tot de gestelde klachten. Daarnaast stelt Martinair dat zij niet tekort is geschoten in haar zorgplicht en dat de stewardess onvoldoende onderbouwt waarin die nalatigheid zou bestaan.
De kantonrechter stelt vast dat Martinair alle redelijkerwijs noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om ongevallen te voorkomen, dat het vliegtuig en de zitplaats aan de veiligheidsnormen voldeden en dat de landing volgens de voorgeschreven procedures is uitgevoerd. Er is geen aanwijzing voor roekeloos of onvoorzichtig gedrag van de bemanning.
De vordering wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat Martinair tekort is geschoten in haar zorgplicht. Ook wordt de stelling dat sprake is van een bedrijfsongeval niet aangenomen, mede omdat de betaling van medische kosten door Martinair coulance betreft en geen erkenning van aansprakelijkheid inhoudt.
Uitkomst: De vordering van de stewardess wordt afgewezen wegens het ontbreken van tekortschieten in de zorgplicht van Martinair.