ECLI:NL:RBHAA:2005:AU8929
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Begrafeniskosten moeder niet aftrekbaar als buitengewone uitgaven
Eiseres maakte in 2003 begrafeniskosten van €9.064 in verband met het overlijden van haar moeder en wilde deze kosten aftrekken als buitengewone uitgaven in haar aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur van de Belastingdienst weigerde deze aftrek omdat de wet alleen uitgaven wegens overlijden van de belastingplichtige zelf, diens partner of jonger dan 27-jarige kinderen erkent.
Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag en eiseres stelde beroep in bij de rechtbank Haarlem. Tijdens de zitting was eiseres te laat aanwezig en verscheen pas nadat de zitting was gesloten. De rechtbank beoordeelde het geschil op basis van de wetstekst en parlementaire geschiedenis van artikel 6.16 Wet IB 2001.
De rechtbank stelde vast dat de begrafeniskosten weliswaar verband hielden met het overlijden van de moeder, maar dat de wet geen ruimte bood om deze kosten als buitengewone uitgaven aan te merken. Ook het feit dat eiseres haar moeder verzorgde en financieel ondersteunde, gaf geen grond om hiervan af te wijken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
De uitspraak werd gedaan op 19 december 2005 door mr. A.P.M. van Rijn en is openbaar. Partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep of cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en weigert aftrek van begrafeniskosten van de moeder als buitengewone uitgaven.