ECLI:NL:RBHAA:2005:AU9513
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Kantonrechter oordeelt over toepasselijkheid Nederlands of Engels recht op arbeidsovereenkomst van gedetacheerde werknemer
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], een werknemer gedetacheerd in Nederland, en WDA, een door de Britse overheid opgericht publiekrechtelijk lichaam. [eiser] stelt dat op zijn arbeidsovereenkomst Nederlands recht van toepassing is en dat de opzegging van zijn dienstverband vernietigbaar is wegens het ontbreken van toestemming van het CWI en het opzegverbod tijdens ziekte. WDA betwist dit en voert aan dat Engels recht van toepassing is, dat de detachering tijdelijk is en dat het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) niet van toepassing is.
De kantonrechter overweegt dat WDA een publiekrechtelijk lichaam is en dat het BBA van toepassing kan zijn, maar dat op basis van de voorlopig vastgestelde feiten niet aannemelijk is dat de opzegging vernietigbaar is op grond van het BBA. Ten aanzien van het opzegverbod tijdens ziekte oordeelt de rechter dat het niet aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden vastgesteld dat Nederlands recht van toepassing is, mede omdat [eiser] zijn werkzaamheden niet uitsluitend in Nederland verricht en de arbeidsovereenkomst nauwer verbonden is met Engeland.
De vordering van [eiser] tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tevens wordt [eiser] veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige rechtskeuze en de toepassing van internationale verdragen bij arbeidsovereenkomsten met grensoverschrijdende elementen.
Uitkomst: De vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.